Passend woord kiezen
Je kind kiest het passende woord: het woord dat in de zin past, een schrijftaalwoord in plaats van spreektaal, het goede vaste voorzetsel en de betekenis van een woord met meer betekenissen.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet woord kiezen dat het best in de zin past.
- ZelfstandigEen spreektaalwoord vervangen door een schrijftaalwoord.
- ZelfstandigHet vaste voorzetsel bij een werkwoord kiezen.
- ToepassenDe betekenis kiezen van een woord met meer betekenissen (homoniem), passend bij de zin.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.