Taal en spelling · groep 7

Gezegde herkennen

Je kind vindt het werkwoordelijk gezegde: de persoonsvorm met de andere werkwoorden in de zin, ook als die uit elkaar staan, en onderscheidt hulpwerkwoord en zelfstandig werkwoord.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenAlle werkwoorden van het gezegde in een zin aantikken.
  • ZelfstandigHet gezegde vinden als de werkwoorden ver uit elkaar staan of in een vraagzin.
  • ToepassenHet hulpwerkwoord en het zelfstandig werkwoord in het gezegde onderscheiden.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 3: Toepassen

Welk werkwoord is het hulpwerkwoord in deze zin? ‘Wij hebben gisteren een taart gebakken.’