Taal en spelling · groep 7

Voegwoord herkennen

Je kind herkent voegwoorden: aanwijzen in een zin, het voegwoord kiezen dat de zinnen goed verbindt, en zien of het twee hoofdzinnen of een hoofdzin en bijzin verbindt.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet voegwoord in een samengestelde zin aantikken.
  • ZelfstandigHet voegwoord kiezen dat de twee zinnen goed verbindt.
  • ToepassenZien of een voegwoord twee hoofdzinnen verbindt (en, maar, want) of een bijzin begint (omdat, als, terwijl): de persoonsvorm staat dan achteraan.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Welk voegwoord past op de puntjes? ‘Ik wil buiten spelen, … het regent.’

Niveau 3: Toepassen

Is ‘omdat het regent’ een hoofdzin of een bijzin?

Ik blijf binnen, omdat het regent.