Taal en spelling · groep 7

Voornaamwoord herkennen

Je kind herkent voornaamwoorden: persoonlijk (als onderwerp en als voorwerp), bezittelijk en aanwijzend, en kiest de juiste vorm.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet voornaamwoord in een zin aantikken.
  • ZelfstandigKiezen of een voornaamwoord persoonlijk, bezittelijk of aanwijzend is.
  • ToepassenDe juiste vorm van het persoonlijk voornaamwoord kiezen (onderwerp of voorwerp: zij/haar, wij/ons, ik/mij).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Wat voor voornaamwoord is ‘onze’ in deze zin? ‘Onze school is groot.’

Niveau 3: Toepassen

Welk woord past op de puntjes? ‘… gaan morgen naar de dierentuin.’