Taal en spelling · groep 4

Chronologische volgorde herkennen

Je kind herkent de volgorde van gebeurtenissen of stappen in een tekst, ook met signaalwoorden als eerst, daarna, toen en tot slot.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenZinnen van een korte tekst in de goede volgorde zetten.
  • ZelfstandigTijdwoorden gebruiken: welk woord past bij de eerste of de laatste stap?
  • ToepassenUit een tekst afleiden wat er eerst en wat later gebeurde.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Welk woord past vóór de eerste stap: ‘Pak een boterham.’?

Pak een boterham. ... Smeer er boter op. ... Leg er kaas op.

Niveau 3: Toepassen

Wat gebeurde er eerst? ‘Opa wilde een taart bakken’ of ‘Ze kochten een taart bij de bakker’?

Opa wilde een taart bakken voor de verjaardag van Emma. Hij deed boter, eieren en suiker in de kom. Maar het was geen suiker: het was zout! De taart was zo vies dat zelfs de hond hem niet wilde. Toen kochten ze maar een taart bij de bakker. Emma vond het een grappig feest.