Taal en spelling · groep 4

Veelvoorkomende woordpatronen lezen

Je kind herkent veelvoorkomende woorddelen (voor- en achtervoegsels, uitgangen, -je/-tje) direct als geheel, zodat woorden sneller en zonder spellen gelezen worden.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenBij een rij woorden het gemeenschappelijke woorddeel aan het eind herkennen (-ing, -lijk, -ig, -je).
  • BegrijpenHet gemeenschappelijke begin herkennen (be-, ge-, ver-, on-).
  • ZelfstandigVerkleinwoorden lezen en het grondwoord herkennen (-je, -tje, -pje, -etje).
  • ToepassenTussen woorden die op elkaar lijken het juiste woord kiezen (let op het woorddeel).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk stukje staat aan het eind van al deze woorden?

bedje, visje, boekje

Niveau 1: Begrijpen

Met welk stukje beginnen al deze woorden?

gezicht, gebeuren, geluid

Niveau 2: Zelfstandig

Van welk woord is dit het verkleinwoord?

balletje