Expliciete informatie vinden
Je kind vindt in een korte tekst informatie die er letterlijk staat: wie, wat, waar, wanneer, hoeveel, en wijst de zin of het woord met het antwoord aan.
Wat je kind oefent
- BegrijpenEen vraag naar wie, wat of waar beantwoorden met informatie die letterlijk in de tekst staat.
- ZelfstandigEen vraag naar hoeveel of wanneer beantwoorden.
- ZelfstandigHet woord in de tekst aantikken dat het antwoord geeft.
- ToepassenBeoordelen of iets wel of niet in de tekst staat.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.