Taal en spelling · groep 4

Vraag en antwoord koppelen

Je kind koppelt vragen aan de antwoorden uit een tekst en weet welk soort antwoord bij een vraagwoord hoort (wie → een persoon, waar → een plaats, wanneer → een tijd).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenBij een antwoord het passende vraagwoord kiezen.
  • ZelfstandigBij een vraag over een tekst het passende antwoord kiezen.
  • ToepassenMeerdere vragen aan de antwoorden uit de tekst koppelen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Het antwoord is: ‘in de tuin’. Welk vraagwoord past bij dit antwoord?

Niveau 2: Zelfstandig

Welk antwoord past bij de vraag: Hoe oud wordt Noor?

Lieve Sam, Ik word acht jaar! Kom je op mijn feestje? Het feest is op zaterdag 12 mei. We beginnen om 2 uur en om 5 uur word je weer opgehaald. Het feest is bij mij thuis, Dorpsstraat 4. We gaan een speurtocht doen, dus neem je laarzen mee! Groetjes, Noor