Taal en spelling · groep 8

Bepaling herkennen

Je kind herkent bepalingen in een zin: de bepaling van tijd en van plaats (en andere bijwoordelijke bepalingen), wijst ze aan en ziet dat een bepaling vooraan de zin kan staan.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDe bepaling van tijd aanwijzen (wanneer?).
  • BegrijpenDe bepaling van plaats aanwijzen (waar?).
  • ZelfstandigBepalen wat voor bepaling het is: tijd, plaats of hoe (wijze).
  • ToepassenZien dat een bepaling vooraan kan staan; dan staat het onderwerp achter de persoonsvorm.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Wat voor bepaling is ‘Gisteren’ in: Gisteren fietste Sam snel naar het strand.