Taal en spelling · groep 7

Bedoeling van schrijver bepalen

Je kind bepaalt de bedoeling van de schrijver: het doel van een tekst (informeren, overtuigen, instrueren, vermaken), de bedoeling van een tekstgedeelte of formulering, en wat de schrijver met de hele tekst wil.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet doel van een (korte) tekst kiezen: informeren, overtuigen, instrueren of vermaken.
  • ZelfstandigDe bedoeling van een tekstgedeelte of een bepaalde formulering kiezen (bijvoorbeeld een vraag aan het begin, een voorbeeld).
  • ToepassenKiezen wat de schrijver met de hele tekst wil bereiken.
  • ToepassenDoorstroomtoets (lezen): langere teksten met meerkeuzevragen over verbanden, bedoeling en standpunt (referentiekader 1F/2F).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat is het doel van deze tekst?

Gebruik minder plastic: neem je eigen tas mee naar de winkel!

Niveau 2: Zelfstandig

Waarom vertelt de schrijver in de laatste alinea over 1830 en 1988?

De bever ¶ Bevers zijn de grootste knaagdieren van Europa. ¶ Een bever bouwt een dam van takken en modder in een beek. Daardoor stijgt het water achter de dam. Zo ontstaat een vijver waarin de bever veilig zijn burcht kan bouwen. Een burcht is het huis van de bever, met een ingang onder water. ¶ Rond 1830 was de bever in Nederland uitgestorven, omdat er veel op hem werd gejaagd. In 1988 zijn er weer bevers uitgezet in de Biesbosch. Inmiddels leven er weer duizenden in ons land.

Niveau 3: Toepassen

Wat wil de schrijver met de tekst ‘Eb en vloed’ vooral bereiken?

Eb en vloed ¶ Twee keer per dag stijgt het water in de zee en twee keer per dag zakt het. Als het water stijgt, heet dat vloed. Als het zakt, heet dat eb. ¶ Eb en vloed ontstaan doordat de maan aan het water van de aarde trekt. Omdat de aarde draait, komt het hoge water steeds op een andere plek. ¶ In de Waddenzee valt bij eb een groot deel van de bodem droog. Dan kun je wadlopen: met een gids over de zeebodem lopen. Bij vloed staat dezelfde plek weer onder water.