Oppervlakte-eenheden
Je kind kent de oppervlaktematen cm², dm² en m² (en km² voor grote gebieden), kiest de passende maat en koppelt ze aan referenties.
Wat je kind oefent
- BegrijpenDe passende oppervlaktemaat kiezen.
- ZelfstandigEen oppervlakte schatten met een referentie (1 m² is een vierkant van 1 m bij 1 m).
- ToepassenEenvoudige relaties: 1 dm² = 100 cm², 1 m² = 100 dm².
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.