Rekenen · groep 6

Oppervlakte meten

Je kind bepaalt oppervlakte door vierkantjes te tellen (ook halve), vergelijkt oppervlakten en weet dat oppervlakte iets anders is dan omtrek.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenOppervlakte bepalen door hokjes te tellen.
  • ZelfstandigHalve hokjes samen tellen (twee halve = één hele).
  • ZelfstandigOppervlakten vergelijken: welke is groter?
  • ToepassenHet verschil tussen omtrek (rand) en oppervlakte (binnenkant).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Tuin A is 6 m bij 9 m. Tuin B is 2 m bij 6 m. Welke tuin heeft de grootste oppervlakte?

Niveau 3: Toepassen

Je plakt een rand langs een schilderij. Heb je dan de omtrek of de oppervlakte nodig?