Splitsen tot 10
Je kind splitst getallen tot en met 10 in twee delen, eerst met beeld en verhaal, dan in het splitsschema en in verschillende notaties, en kent eind groep 3 alle splitsingen tot 10 vlot zonder te tellen.
Wat je kind oefent
- BegrijpenSplitsingen van 4, 5 en 6 in het splitsschema.
- BegrijpenSplitsingen van 7, 8 en 9.
- BegrijpenDe splitsing van 10 en aanvullen tot 10.
- BegrijpenEen splitsing aflezen bij een beeld: wat je ziet en wat nog ontbreekt (afdekken).
- BegrijpenBij een verhaal de passende splitsing vinden.
- ZelfstandigAlle splitsingen van een getal herkennen (splitstabel).
- ZelfstandigDezelfde splitsing in verschillende notaties: splitsschema, ‘7 is 3 en ?’, 3 + ? = 7.
- ZelfstandigAlle splitsingen tot 10 vlot: het antwoord weten binnen ongeveer 3 seconden.
- ToepassenBij een splitsing twee plussommen en twee minsommen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.