Getallen lezen
Je kind koppelt een geschreven getal aan de getalnaam en aan de hoeveelheid: eerst tot 10, dan tot 20 en in de tweede helft van groep 3 tot 100, met aandacht voor de omgekeerde uitspraak (zevenendertig = 37).
Wat je kind oefent
- BegrijpenBij een gehoorde getalnaam het getalsymbool tot en met 10 kiezen.
- BegrijpenGetallen 11 tot en met 20 lezen, ook de onregelmatige namen (elf, twaalf) en de -tien-getallen.
- ZelfstandigGetallen tot 100 lezen: tientallen en eenheden, de eenheid wordt eerst uitgesproken.
- ZelfstandigRonde tientallen lezen (dertig = 30, niet 3 of 13).
- ToepassenGetallen met omgedraaide cijfers onderscheiden (37 en 73).
- BegrijpenHet getal kiezen bij een gestructureerde hoeveelheid tot 20 (tienstructuur, vijfstructuur).
- ZelfstandigHet getal bij volle tientallen en losse eenheden tot 100 (eierdozen, kralenketting).
- ToepassenGetallen in het dagelijks leven lezen: huisnummer, prijs, busnummer.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.