Taal en spelling · groep 5

Perspectief herkennen

Je kind herkent vanuit wie een verhaal verteld wordt: een ik-verteller of een verteller die over hij/zij vertelt, en door wiens ogen je het verhaal beleeft.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen of het verhaal in de ik-vorm of in de hij/zij-vorm is geschreven.
  • ZelfstandigKiezen wie de ik in het verhaal is.
  • ToepassenKiezen door wiens ogen je het verhaal beleeft (wiens gedachten je kent).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wie vertelt dit verhaal?

Mijn broer en ik bouwden een hut. Ik droeg de takken.

Niveau 2: Zelfstandig

Wie is ‘ik’ in dit verhaal?

Hoi, ik ben Pip, een klein vogeltje. Ik woon in de dakgoot.

Niveau 3: Toepassen

Door wiens ogen beleef je dit stukje? (Van wie weet je wat hij of zij denkt?)

Sam keek naar zijn zus. Waarom lachte ze? Hij snapte er niets van.