Setting herkennen
Je kind zegt waar en wanneer een verhaal zich afspeelt, aan de hand van aanwijzingen in de tekst (plaats, seizoen, dagdeel).
Wat je kind oefent
- BegrijpenZeggen waar het verhaal zich afspeelt.
- ZelfstandigZeggen wanneer het verhaal zich afspeelt (seizoen, dagdeel).
- ToepassenHet woord of de zin kiezen waaraan je hoort waar of wanneer het is.