Taal en spelling · groep 7

Dt-vorm correct schrijven

Je kind schrijft dt-vormen goed: stam op d in de tegenwoordige tijd (hij wordt, word jij), met ‘je’ als bezittelijk voornaamwoord (wordt je broer), de verleden tijd met -dde of -tte, en persoonsvorm en voltooid deelwoord met een voorvoegsel (hij beoordeelt / beoordeeld).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenPersoonsvorm in de tegenwoordige tijd met een stam op d (ik word, hij wordt, word jij).
  • ZelfstandigStam + t als ‘je’ een bezittelijk voornaamwoord is (Vindt je moeder dat goed?).
  • ZelfstandigDe verleden tijd van werkwoorden met stam op d of t (antwoordde, zette).
  • ToepassenKiezen tussen persoonsvorm en voltooid deelwoord bij werkwoorden met een voorvoegsel (hij beoordeelt – hij heeft beoordeeld).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Hij … morgen twaalf. (worden)

Niveau 2: Zelfstandig

Welke vorm past op de puntjes? ‘… je vader op de motor?’

Niveau 2: Zelfstandig

Gisteren … zij. (antwoorden, verleden tijd)