Taal en spelling · groep 4

Uitroepteken gebruiken

Je kind zet een uitroepteken achter een uitroep of een opdracht met nadruk en onderscheidt die van vraag- en vertelzinnen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen uitroep herkennen (Au! Kijk uit! Wat mooi!).
  • ZelfstandigKiezen tussen . ? en !
  • ToepassenDe tekst kiezen waarin alle leestekens goed staan.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Is dit een uitroep? ‘Au, dat doet pijn …’

Niveau 2: Zelfstandig

Welk leesteken hoort erachter? ‘Au, dat doet pijn …’

Niveau 3: Toepassen

In welke tekst staan alle leestekens goed?