Taal en spelling · groep 3

Korte en lange klank herkennen

Je kind hoort of een klinker kort (a, e, i, o, u) of lang (aa, ee, oo, uu) is, ook aan het eind van een klankgroep, en vindt woorden met dezelfde klank. Dit is de basis voor verdubbelen en verenkelen in groep 4.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHoren of de klank in een woord kort of lang is.
  • ZelfstandigUit een woordpaar (man/maan) het woord met de lange klank kiezen.
  • ToepassenEen woord met dezelfde klank vinden.
  • ToepassenHoren of de eerste klankgroep eindigt op een korte of lange klank (bak-ker, ja-ger).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Welk woord heeft een lange klank?

Niveau 3: Toepassen

Welk woord heeft dezelfde klank als bed?