Taal en spelling · groep 6

Voor- en achtervoegsels begrijpen

Je kind begrijpt hoe voor- en achtervoegsels de betekenis veranderen (on- = niet, -loos = zonder, -baar = kan, -heid maakt een zelfstandig naamwoord) en leidt zo de betekenis af.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDe betekenis van een woord met voorvoegsel (on-, her-, mis-).
  • ZelfstandigDe betekenis van een woord met achtervoegsel (-loos, -baar, -achtig, -heid).
  • ToepassenHet grondwoord en het voor- of achtervoegsel aanwijzen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat betekent ‘onbekend’?

Niveau 2: Zelfstandig

Wat betekent ‘kleurloos’?

Niveau 3: Toepassen

Hoe is ‘oneerlijkheid’ opgebouwd?