Voorzetsel herkennen
Je kind herkent voorzetsels (op, in, onder, naast, achter, met, door) en kiest het voorzetsel dat past bij een plaats of situatie.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet voorzetsel kiezen uit een rij woorden.
- ZelfstandigHet voorzetsel in een zin aantikken.
- ToepassenHet voorzetsel kiezen dat past (plaats of vaste combinatie).
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.