Taal en spelling · groep 6

Eigen taalgebruik controleren

Je kind controleert een eigen zin of tekst op fouten: hoofdletter en punt, spelling van moeilijke woorden, woordvolgorde en ontbrekende woorden.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenIn een zin de fout vinden.
  • ZelfstandigBenoemen wat voor fout het is (spelling, hoofdletter, leesteken, ontbrekend woord).
  • ToepassenDe goed verbeterde zin kiezen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Wat voor fout zit er in de zin?

ik ga morgen naar opa.

Niveau 3: Toepassen

Welke verbetering is helemaal goed?

ik ga morgen naar opa.