Eigen taalgebruik controleren
Je kind controleert een eigen zin of tekst op fouten: hoofdletter en punt, spelling van moeilijke woorden, woordvolgorde en ontbrekende woorden.
Wat je kind oefent
- BegrijpenIn een zin de fout vinden.
- ZelfstandigBenoemen wat voor fout het is (spelling, hoofdletter, leesteken, ontbrekend woord).
- ToepassenDe goed verbeterde zin kiezen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.