Taal en spelling · groep 6

Feit en mening onderscheiden

Je kind onderscheidt feiten (te controleren) van meningen (wat iemand vindt), ook zonder signaalwoord als ‘ik vind’.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen mening herkennen aan een signaalwoord (ik vind, volgens mij).
  • ZelfstandigFeit of mening zonder signaalwoord.
  • ToepassenIn een korte tekst de mening(en) aanwijzen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Is dit een feit of een mening? ‘Een voetbalteam heeft elf spelers in het veld.’

Niveau 2: Zelfstandig

Is dit een feit of een mening? ‘Wiskunde is het moeilijkste vak.’

Niveau 3: Toepassen

Welke zin uit de tekst is een mening?

Het zwembad in ons dorp is in 1985 gebouwd. Er is een glijbaan van 40 meter. Het is het leukste zwembad van het land.