Taal en spelling · groep 5

Vergelijking herkennen

Je kind herkent een vergelijking in een tekst (overeenkomst of verschil tussen twee dingen) en signaalwoorden als net als, ook, allebei, groter dan.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen welke twee dingen worden vergeleken.
  • ZelfstandigEen overeenkomst uit de tekst kiezen.
  • ToepassenEen verschil uit de tekst kiezen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welke twee dingen worden vergeleken?

Een appel en een peer zijn allebei fruit. Een appel is rond, een peer is juist langwerpig.

Niveau 2: Zelfstandig

Welke zin noemt een overeenkomst?

Krokodillen en alligators lijken veel op elkaar. Toch zijn het verschillende dieren. ¶ Allebei zijn het reptielen met een harde huid en scherpe tanden. Ze leven allebei in warme landen, in en bij het water. Een krokodil heeft een smalle, puntige snuit. Een alligator heeft juist een brede, ronde snuit. ¶ Als een krokodil zijn bek dichtdoet, zie je nog tanden van de onderkaak. Bij een alligator zie je die dan niet. Zo kun je ze uit elkaar houden.

Niveau 3: Toepassen

Welke zin noemt een verschil?

Krokodillen en alligators lijken veel op elkaar. Toch zijn het verschillende dieren. ¶ Allebei zijn het reptielen met een harde huid en scherpe tanden. Ze leven allebei in warme landen, in en bij het water. Een krokodil heeft een smalle, puntige snuit. Een alligator heeft juist een brede, ronde snuit. ¶ Als een krokodil zijn bek dichtdoet, zie je nog tanden van de onderkaak. Bij een alligator zie je die dan niet. Zo kun je ze uit elkaar houden.