Rekenen · groep 3

Geldmodel gebruiken

Je kind kent de munten en biljetten van 1 tot 20 euro, wisselt ze en gebruikt geld als model voor de tientalstructuur (briefjes van 10 en losse euro’s).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenMunten en biljetten herkennen: 1 en 2 euro zijn munten, 5, 10 en 20 euro biljetten.
  • BegrijpenDe reeks van het geldstelsel: 1, 2, 5, 10, 20 (welke bestaat er niet?).
  • ZelfstandigWisselen: hoeveel munten of biljetten zijn samen evenveel.
  • ToepassenGeld als model voor tientallen en eenheden.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welke is een munt?

Niveau 1: Begrijpen

Welk geld bestaat niet?

Niveau 2: Zelfstandig

Hoeveel briefjes van €10 zijn samen €20?