Rekenen · groep 7

Antwoord passend formuleren

Je kind formuleert een antwoord passend bij de vraag: met de juiste eenheid, passend afgerond en met de rest goed verwerkt.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet antwoord met de passende eenheid kiezen.
  • ZelfstandigPassend afronden: naar boven, naar beneden of op centen.
  • ToepassenKiezen wat je met de rest doet in de situatie.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

De afstand van school naar het zwembad is ongeveer …

Niveau 2: Zelfstandig

Je hebt 415 flesjes nodig. Ze zitten per 36 in een doos. Je berekent 415 : 36 = 11,5. Hoeveel dozen moet je kopen?

Niveau 3: Toepassen

Je hebt € 212. Een kaartje kost € 25. Hoeveel kaartjes kun je kopen?