Rekenen · groep 3

Vergelijkingstekens gebruiken

Je kind gebruikt de tekens <, > en = om getallen en eenvoudige sommen te vergelijken.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet teken <, > of = tussen twee getallen tot 20.
  • ZelfstandigHet teken tussen twee getallen tot 100, ook met omgedraaide cijfers.
  • ZelfstandigEen vergelijking lezen: klopt ‘9 > 6’?
  • ToepassenTwee sommen of een som en een getal vergelijken.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk teken hoort op de plaats van het vraagteken?

0 ? 4

Niveau 2: Zelfstandig

Welk teken hoort op de plaats van het vraagteken?

82 ? 36

Niveau 2: Zelfstandig

Klopt dit?

32 < 28