Rekenen · groep 3

Probleem begrijpen

Je kind begrijpt een eenvoudig rekenprobleem: weet wat er gevraagd wordt, bepaalt of het een plus-, min- of splitsprobleem is, controleert of een antwoord kan kloppen en vindt bij een open probleem meer oplossingen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenZeggen wat er gevraagd wordt in een verhaal (wat moet je uitzoeken?).
  • ZelfstandigBepalen of het om erbij, eraf of een splitsing gaat.
  • ToepassenBeoordelen of een gegeven antwoord kan kloppen.
  • ToepassenBij een open probleem alle oplossingen vinden.
  • ZelfstandigHet probleem weergeven in een tekening.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat moet je uitzoeken?

Lisa heeft 9 ballonnen. Er knappen er 6. Hoeveel ballonnen heeft Lisa nog?

Niveau 2: Zelfstandig

Wat voor probleem is dit?

In een doos zitten 9 eieren: 4 witte en de rest is bruin. Hoeveel eieren zijn bruin?

Niveau 3: Toepassen

Emma zegt: het antwoord is 5. Kan dat kloppen?

Zoë heeft 10 ballonnen. Er knappen er 5. Hoeveel ballonnen heeft Zoë nog?