Rekenen · groep 8

Patronen en verbanden in datasets

Je kind herkent en beschrijft patronen en verbanden in een verzameling gegevens: een trend, een herhaling, een verband tussen twee kenmerken en een waarde die niet in het patroon past, en voorspelt een volgende waarde.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen trend in een tabel herkennen: stijgt, daalt of blijft gelijk.
  • ZelfstandigEen terugkerend patroon in gegevens herkennen (elke dag, elke week).
  • ZelfstandigEen verband tussen twee kenmerken beschrijven (hoe langer, hoe zwaarder).
  • ToepassenEen waarde vinden die niet in het patroon past.
  • ToepassenMet het patroon een volgende waarde voorspellen.