Regel met symbolen beschrijven
Je kind beschrijft een regel met symbolen of een woordformule, rekent ermee door een getal in te vullen en kiest de formule bij een tabel.
Wat je kind oefent
- BegrijpenEen getal invullen in een woordformule.
- ZelfstandigDe formule kiezen die bij een situatie of tabel hoort.
- ToepassenEen vuistregel als formule gebruiken.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.