Rekenen · groep 8

Data interpreteren

Je kind interpreteert data in een diagram of grafiek: leest waarden af, rekent ermee, herkent een trend (stijgen, dalen, gelijk blijven) en brengt twee lijnen of diagrammen met elkaar in verband.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen waarde aflezen uit een staafdiagram of lijngrafiek.
  • ZelfstandigMet afgelezen waarden rekenen: verschil, totaal.
  • ZelfstandigHet verloop beschrijven: stijgt, daalt of blijft gelijk; hoogste en laagste punt.
  • ToepassenTwee lijnen in één grafiek (met legenda) met elkaar vergelijken.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 3: Toepassen

Hoeveel bezoekers kwamen er op woensdag meer dan het gemiddelde van de vijf dagen?

Bezoekers van het zwembad: maandag 120, dinsdag 95, woensdag 210, donderdag 105, vrijdag 170.