Data interpreteren
Je kind interpreteert data in een diagram of grafiek: leest waarden af, rekent ermee, herkent een trend (stijgen, dalen, gelijk blijven) en brengt twee lijnen of diagrammen met elkaar in verband.
Wat je kind oefent
- BegrijpenEen waarde aflezen uit een staafdiagram of lijngrafiek.
- ZelfstandigMet afgelezen waarden rekenen: verschil, totaal.
- ZelfstandigHet verloop beschrijven: stijgt, daalt of blijft gelijk; hoogste en laagste punt.
- ToepassenTwee lijnen in één grafiek (met legenda) met elkaar vergelijken.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.