Rekenen · groep 4

Lengte-eenheden herkennen

Je kind kent de lengtematen meter en centimeter (en verkent millimeter en kilometer), weet dat 1 meter 100 centimeter is en kiest bij een voorwerp de passende maat.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenBij een voorwerp kiezen of je in meter of centimeter meet.
  • ZelfstandigDe relatie meter en centimeter: 1 m = 100 cm; ook halve meter = 50 cm.
  • ZelfstandigEen realistische lengte kiezen (geen 2 cm voor een deur).
  • ToepassenLengtes met verschillende eenheden vergelijken.
  • ToepassenMillimeter en kilometer als heel kleine en heel grote maat herkennen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Meet je de lengte van een lepel in meter (m) of in centimeter (cm)?

Niveau 1: Begrijpen

Welke maat past bij de dikte van een blad papier?

Niveau 2: Zelfstandig

600 cm = ? meter