Waarde van cijfers bepalen
Je kind weet wat elk cijfer in een getal waard is: in 47 staat de 4 voor 4 tientallen (40) en de 7 voor 7 eenheden. Eerst tot 100, aan het eind van groep 4 ook honderdtallen tot 1000, met de 0 als plaatshouder.
Wat je kind oefent
- BegrijpenDe waarde van het tientalcijfer in een getal tot 100 noemen.
- BegrijpenTellen hoeveel tientallen en hoeveel eenheden in een getal zitten.
- ZelfstandigEen getal tot 100 splitsen in tientallen en eenheden.
- ZelfstandigTientallen en eenheden samenvoegen tot een getal, ook met geld (briefjes van 10 en munten van 1).
- ToepassenDe waarde van cijfers in getallen tot 1000: honderdtallen, tientallen en eenheden.
- ToepassenEen 0 in het getal: 407 heeft 0 tientallen; 40 en 400 verschillen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.